Om een asbestinventarisattest te bekomen, volstaat een standaard
niet-destructief onderzoek van het inspectiegebied.
Bij een niet-destructief onderzoek worden waarneembare ruimtes en materialen
onderzocht. Indien nodig worden vast te
stellen en fysiek bereikbare materialen bemonsterd.
Schade die inherent is aan monsternames, valt onder de noemer van
niet-destructief onderzoek, zolang deze
schade geen risico’s met zich kan meebrengen bij het verdere
normale gebruik van het gebouw en zolang het monsternamepunt veilig kan worden
achtergelaten.
Op vraag van de opdrachtgever, kan de asbestdeskundige verder gaan dan de
standaard verplichtingen.
Het
inspectieprotocol heeft het in dat geval over ‘aanvullend onderzoek’.
Bijvoorbeeld bij verbouw- of sloopwerkzaamheden is
het nuttig om destructief onderzoek uit te voeren, om zo correct om te kunnen
gaan met de verborgen asbesthoudende materialen.