Vragen over asbest?

Hieronder kan u de meest voorkomende vragen terugvinden. Voor een specifieke vraag kan u ons altijd mailen: info@alpinspect.be

Het standaardmodel bestaat uit vijf parameters: categorie van gebondenheid; asbestsoort; afschermingsgraad; toestand; asbestconcentratie. Aan de hand van de gegevens dat de asbestdeskundige ingeeft in database, wordt het materiaalrisico voor elk bronfische (verdcht materiaal) automatisch berekend en als resultaat wordt het gecategoriseerd onder: zeer laag materiaalrisico en/of zeer lage kans op vezelvrijgave; laag materiaalrisico en/of lage kans op vezelvrijgave; verhoogd materiaalrisico en/of verhoogde kans op vezelvrijgave; hoog materiaalrisico en/of hoge kans op vezelvrijgave. In de databank moet de asbestdeskundige adviezen formuleren met betrekking tot de asbestveiligheid van het inspectiegebied. De asbestdeskundige moet een uitspraak doen over: tijdelijke risicobeheersmaatregelen; verwijderingstechnieken; eventuele bijkomende onderzoeken. Indicatief, geeft de asbestdeskundige de hoeveelheid inspecteerbaar asbestverdacht materiaal in voor elk bronfisches.

‘Asbestverdacht’ wordt beschouwd als ‘asbesthoudend’.

Een materiaal kan beschouwd worden als niet-asbestverdacht materiaal als deze beoordeling met zekerheid mogelijk is op basis van: vaststelling en expertise; bewijsdocumenten + bevestiging door vaststelling en expertise. In alle andere gevallen: Monstername inclusief laboanalyse door een asbestlabo is het enige middel om asbestverdachte materialen als niet-asbesthoudend te identificeren.

Een toestand waarin bij normaal gebruik van de constructie geen blootstellingsrisico’s kunnen ontstaan voor mens en milieu. Voor elk asbesthoudend materiaal beschreven in een bronfiche wordt het materiaalrisico automatisch berekend aan de hand van het standaardmodel in de databank, op basis van de parameters die werden ingevoerd door de asbestdeskundige. Een inspectiegebied dat materialen bevat met een niet-laag risico, is niet-asbestveilig. Asbestveilig wil niet zeggen dat geïnspecteerd gebied asbestvrij is. Asbestvrij wil zeggen dat er geen asbest aanwezig is, maar een woning voor 2001 asbestvrij verklaren zonder destructief onderzoek uit te voeren kan niet bij wijze van spreke, omdat er geborgen materialen ingekapseld kunnen zitten, die buiten de inspanningsverbintenis van de asbestdeskundige vallen. Statuut asbestveilig is doelstelling waarnaar Vlaanderen street tegen 2040.

De opdrachtgever kan opdracht geven aan de asbestdeskundige in de opdrachtovereenkomst om verder te gaan dan de standaard verplichtingen, opgenomen in het inspectieprotocol, voor een bepaald segment van of voor het volledige inspectiegebied.

De opdrachtgever kan na schriftelijk overleg met asbestdeskundige, staalname tijdens plaatsbezoek weigeren. Een weigering van de opdrachtgever om een monster te nemen, is geen geldige onderzoeksbeperking. Indien de asbestdeskundige het materiaal als asbestverdacht beschouwt en een monster moet nemen om het als niet-asbesthoudend te kunnen identificeren, dan blijft het (indien geen monstername mag of kan) materiaal gewoon asbest(verdacht) en kan het niet niet-asbesthoudend verklaard worden.

Praktische kant is als volgt: na onderlinge overleg wordt opdrachtformulier tussen opdrachtgever en asbestdeskundige opgemaakt. Inspectiegebied en type inspectie wordt in opdrachtformulier beschreven. De opdrachtgever overhandigd alle nodige eigendomsinformatie. Opdrachtformulier wordt door asbestdeskundige in de database van OVAM ingeladen.Asbestdeskundige voert een uitvoerig vooronderzoek.Hierna volgt een plaatsbezoek aan het volledige inspectiegebied. Hiervoor moet opdrachtgever ervoor zorgen dat alle te inspecteren locaties binnen het inspectiegebied toegankelijk zijn. Als er plaatsen zijn waar asbestdeskundige geen inspectie kan doen, moet hij nogmaals afkomen om deze plaatsen te controleren, wat extra kosten met zich zal brengen. Tijdens inspectie neemt de asbestdeskundige stalen van verplichte en asbestverdachte materialen. Tijdens controle worden ook foto's genomen als bewijsmateriaal. Stalen worden opgestuurd naar het labo; binnen x-aantal dagen komen de resutaten door. Asbestdeskundige verwerkt en finaliseert de gegevens in database van OVAM en maakt asbestattest op.

De gemene of gemeenschappelijk gebruikte delen zijn onderwerp van een afzonderlijk asbestinventarisattest. Een apart asbestinventarisattest voor gemene delen is verplicht bij mede-eigendom. Een apart asbestinventarisattest voor gemeenschappelijk gebruikte delen is verplicht bij opsplitsing van één eigendom in twee of meerdere inspectiegebieden.

In volgende omstandigheden dient men actualisatie uit te laten voeren: bij wijzigingen zoals verbouwingswerken, dan moet er minstens plaats bezoek gebeuren voor inspectie van desbetreffend segment. Inspectie van het volledige ruimte is niet verplicht; als de geldigheidstermijn van uw asbestinventarisattest verstreken is of als de inspectiegebied gewijzigd is, dan is het verplicht om volledige inspectiegebied ruimtelijk terug te onderzoeken.

10 jaar in normale omstandigheden.. Asbestdeskundige kort de geldigheidsduur van het asbestinventarisattest in tot 5 jaar als er spake is van minstens één asbesthoudend materiaal met hoog materiaalrisico of minstens één vastgestelde eenvoudig bereikbare asbesthoudende afvalstof.

De asbestdeskundige onderzoekt in het kader van een asbestinventarisattest van privédelen, de ruimtes en materialen die vallen onder inspectiegebied beschreven in opdrachtformulier. Ook gemene en gemeenschappelijke delen die qua eigendom eigenlijk horen tot een privédeel, maar zich fysiek bevinden in het inspectiegebied van het gemene of gemeenschappelijk gebruikte deel vallen onder inspectiegebied van privédelen.

Opdrachtformulier is een gestandardiseerde overeenkomst met een vaste sjabloom, uitgereikt door OVAM, die door beide partijen, opdrachtgever en asbestdeskundige, ondertekend wordt. Het bewijst het mandaat van de opdrachtgever aan de asbestdeskundige om voor het betrokken inspectiegebied: een niet-destructieve asbestinventaris uit te voeren om een asbestinventarisattest te bekomen; een aanvullend onderzoek uit te voeren; een bestaand asbestinventarisattest te raadplegen. Voor elk van bovenvermelde drie types opdrachten wordt een aparte opdrachtovereenkomst gesloten. De asbestdeskundige laadt een kopie van de ondertekende opdrachtovereenkomst op in de databank. Als de eigenaar op de hoogte is of behoort te zijn van de aanwezigheid van ingesloten of bedekte asbesthoudende materialen, meldt hij dit aan de asbestdeskundige en wordt dit opgenomen in de opdrachtovereenkomst. Indien de eigenaar geen kennis heeft over dergelijke materialen, dan bezorgt de eigenaar aan de asbestdeskundige een verklaring op eer niet op de hoogte te zijn of behoren te zijn van ingesloten of bedekte asbesthoudende materialen. Deze verklaring op eer wordt mee opgenomen in de opdrachtovereenkomst.

Het inspectieprotocol asbestinventarisatie bevat de standaard verplichtingen die de asbestdeskundige moet volgen voor het opmaken van een asbestinventaris en de gegevensrapportage ervan in de databank, in het kader van het afleveren van een asbestinventarisattest.

De asbestdeskundige is bij het opstellen van een asbestinventaris in het kader van een asbestinventarisattest onderhevig aan enerzijds een resultaatsverbintenis en anderzijds een middelenverbintenis of inspanningsverbintenis. Beiden vormen ze de standaard verplichtingen.
- resultaatsverbintenissen houdt in: identificatie, visueel vaststelling van niet geborgen asbesthoudend materiaal en de ingave van gegevens in database van OVAM.
- middelenverbintenis of inspanningsverbintenis houdt in dat de asbestdeskundige de minimale in het inspectieprotocol beschreven verplichte handelingen (inspanningen) in het kader van de asbestinventarisatie moet volgen. Dit houdt in: zorgvuldigheid en deskundigheid; geen resultaatgarantie; rapportage en transparantie; juiste veiligheidshouding; opleiding en bijscholing om up to date te blijven.
Indien het ingesloten asbest waarneembaar is, vormt het onderdeel van de standaard verplichtingen. Indien het ingesloten asbest niet-waarneembaar is, maakt de asbestdeskundige hiervoor verplicht een adviesfiche op.

Om een asbestinventarisattest te bekomen, volstaat een standaard niet-destructief onderzoek van het inspectiegebied.
Bij een niet-destructief onderzoek worden waarneembare ruimtes en materialen onderzocht. Indien nodig worden vast te stellen en fysiek bereikbare materialen bemonsterd.
Schade die inherent is aan monsternames, valt onder de noemer van niet-destructief onderzoek, zolang deze schade geen risico’s met zich kan meebrengen bij het verdere normale gebruik van het gebouw en zolang het monsternamepunt veilig kan worden achtergelaten.
Op vraag van de opdrachtgever, kan de asbestdeskundige verder gaan dan de standaard verplichtingen.
Het inspectieprotocol heeft het in dat geval over ‘aanvullend onderzoek’. Bijvoorbeeld bij verbouw- of sloopwerkzaamheden is het nuttig om destructief onderzoek uit te voeren, om zo correct om te kunnen gaan met de verborgen asbesthoudende materialen.

Volgens het inspectieprotocol is het verplicht om van de volgende materialen altijd een staalname te nemen om ze als asbestveilig te kunnen beschouwen: pleisterwerk (wand/plafond), leidingisolatie, crepi, vinylvloeren, tegellijm, bitumen, mastiek/kit, golfplaat en spuitasbest.

Als eigenaar bent u voorlopig niet verplicht om de asbesthoudende materialen te verwijderen. Het asbestattest bevat echter beheersmaatregelen en adviezen over hoe u met deze materialen moet omgaan. Het is aanbevolen om bij werken of verbouwingen altijd de asbestinventaris aan de aannemers te overhandigen, zodat zij de nodige voorzorgsmaatregelen kunnen treffen.
Wanneer u besluit om asbest te verwijderen tijdens een renovatie, zorg er dan voor dat dit wordt uitgevoerd door erkende en professionele asbestverwijderaars. U kunt hiervoor ook subsidies aanvragen bij de Vlaamse overheid.

Tijdens de inspectie worden er heel wat foto’s genomen van de inspectie zone en alle ruimtes die een woning heeft. Het foto materiaal wordt voornamelijk gebruikt voor de opmaak van het asbestattest. Bij elke fiche die wordt gemaakt zal er minimaal één tot meerdere foto’s worden opgeladen. Ook om achteraf een goed beeld te hebben van de inspectie zone worden er meerdere foto’s genomen. Je moet rekenen dat een asbestdeskundige achteraf het verslag moet opmaken en toch nog even wil kijken waar hij is geweest. Het fotomateriaal zal enkel worden bewaard en/of worden gebruikt in het kader van de opmaak van een recent asbestattest. Op de foto’s moeten er zo weinig mogelijk privé gegevens opstaan.

Ook na een volledige renovatie heeft u nog steeds een asbestattest nodig. Als u kunt aantonen (bijvoorbeeld met facturen, foto’s of bouwvergunningen) dat de renovatie na 2001 heeft plaatsgevonden, kan asbest mogelijk worden uitgesloten. In dat geval zullen er geen of slechts enkele stalen worden genomen.

Als je in het bezit bent van een geldig asbestattest, dan is het niet nodig om een nieuw attest te laten maken, tenzij: er nieuwe asbestmaterialen zijn gevonden; er een aanpassing is gebeurd (bijvoorbeeld na verwijderen van asbest) of als de staat van de asbestmaterialen is veranderd door bijvoorbeeld een incidenten.

Op dit moment heeft u alleen een asbestattest nodig voor de private delen van het appartement (zoals het appartement zelf, eventuele garage of kelder).
Vanaf 1 mei 2025 is de syndicus (VME) van het gebouw verplicht om een asbestattest voor de gemeenschappelijke delen te hebben. Dit attest moet dan ook worden voorgelegd bij de verkoop van het appartement.